Het Evangelie van verlossing – rechtvaardiging van zonden

Michael Hardt

De vragen en antwoorden die dit hoofdstuk bevat, kunnen gelezen worden als inleiding op Romeinen 1 t/m 5:11. Het volgende hoofdstuk (hoofdstuk 6) behandelt Romeinen 5:12 t/m 8.

5.1 Wat betekent het woord ‘Evangelie’?
In het oude Griekenland werd er, wanneer er een strijd gewonnen was, een boodschapper van het slagveld naar het thuisfront gestuurd om verslag te doen van de overwinning. Als hij zijn thuisstad naderde riep hij dit ene woord ‘euangelion’: Grieks voor ‘goed nieuws’; de strijd is gewonnen!

5.2 Waarover gaat het Evangelie?
Het Evangelie vertelt ons hoe God, toen de mensheid compleet had gefaald, een manier instelde waarop de mens weer een goede verhouding met de heilige God kon krijgen. Die manier was door Zijn Zoon, de Heer Jezus, Die God was en is, maar Die Mens werd en voor zondaars aan het kruis stierf: ‘het Evangelie van God ... aangaande Zijn Zoon’ (Rom. 1:1, 3). Dit is de enige weg die naar God leidt (Hand. 4:12). De mens zocht God niet, maar het goede nieuws is dat God de mens opzocht (zie Lukas 15).

5.3 Waarom schaamde Paulus zich niet voor het Evangelie?
Paulus had zich kunnen schamen voor het Evangelie, omdat de mens zich van nature verzet tegen een boodschap die hem schuldig verklaart, en degenen die die boodschap brengen veracht.10 Het brengen van het Evangelie aan zondaars heeft ook nu nog smaad tot gevolg. Maar Paulus schaamde zich niet, om verschillende redenen. Ten eerste is het Evangelie de ‘kracht van God’ voor ieder die gelooft (vers 16). Het heeft de macht om mensen te veranderen en hen bij God te brengen (als ze het aanvaarden en geloven). Verder is het Evangelie universeel (voor Joden en heidenen, 1:16). Ten slotte wordt de gerechtigheid van God ‘geopenbaard’ (vers 17) in dit Evangelie.

5.4 Wat is de rechtvaardigheid van God?
God laat zien dat Hij rechtvaardig11 is door:

  • de zondaar te verwerpen in Zijn toorn (Rom. 1:17, 18);
  • de Heer Jezus uit de dood op te wekken en Hem een ereplaats te geven (Joh. 16:10);
  • zonden die beleden worden te vergeven (1 Joh. 1:9);
  • degenen die in de Heer Jezus geloven te rechtvaardigen (Rom. 3:25, 26; 4:5).

De laatste uit dit rijtje is op het eerste gezicht verrassend; dat God schuldige zondaars rechtvaardigt! Kijk voor de oplossing hiervan naar vraag 5.11 en 5.12.

5.5 Wie heeft het Evangelie nodig?
Iedereen. De apostel verdeelt de mensheid in drie groepen:

  • mensen die alle kennis van de ware God zijn kwijtgeraakt en die geen enkele gedragsregels kennen (Rom. 1:18-32);
  • moralisten, d.w.z. mensen die zelf bepaalde gedragsregels instellen (Rom. 2:1-16);
  • Joden (Rom. 2:17-3:9).

Iedereen behoort tot één van deze drie groepen. En de apostel Paulus laat zien dat elke groep schuldig staat tegenover God.

5.6 Heeft iedereen schuld? Zijn er geen uitzonderingen?
Nee, uiteindelijk is iedereen schuldig. Degenen die tot de eerste groep behoren (mensen die zonder regels leven, vraag 5.5) zijn schuldig, zelfs als ze het Evangelie nog nooit gehoord hebben, omdat ze de Schepper hadden kunnen kennen, simpelweg door naar de schepping om hen heen te kijken, maar geweigerd hebben dit te doen. De moralisten (groep 2, vraag 5.5) hebben regels gemaakt maar zich er niet aan gehouden en hebben tegen hun geweten gehandeld (Rom. 2:15). Israël had de wet van Mozes van God gekregen, maar brak die.

‘Er is geen rechtvaardige, ook niet één’ (Rom. 3:10). ‘Want allen hebben gezondigd en bereiken de heerlijkheid van God niet’ (Rom. 3:23).

5.7 Is er geen oplossing?
Die is er wel. Om te zien wat die oplossing precies is, moet u in gedachten houden dat God een rechtvaardige Rechter is en dat Hij heilig is, en dat Hij gruwt van de zonde. Hij kent al uw zonden, stuk voor stuk. Er zijn maar twee opties. Of Hij moet u verwerpen óf u moet ‘rechtvaardig gemaakt worden’ voor Hem. Wilt u zien hoe dat kan, lees dan de volgende vragen.

5.8 Wat betekent het om ‘gerechtvaardigd’ te zijn (Rom. 3:20)?
Gerechtvaardigd betekent ‘rechtvaardig verklaard’. Dat is zelfs nog beter dan onschuldig te zijn. Als je gerechtvaardigd bent, kun je naar Christus wijzen Die aan de rechterhand van God zit, en zeggen: 12 ‘Ik hoor bij Hem, daarom ben ik rechtvaardig’. Adam kon dit, in zijn onschuldige staat voordat hij zondigde, niet zeggen. Dus als iemand u schuldig wil verklaren, zou hij eerst Christus onrechtvaardig moeten verklaren, en dat is onmogelijk (Rom. 8:34). Wij zijn rechtvaardig omdat we gerechtvaardigd zijn. Maar deze rechtvaardiging komt niet van onszelf of van een mens; het is de ‘rechtvaardiging van God’ die God uit genade aan ons toeschrijft (of ons toekent). Zie Romeinen 4:3, 5, 11 en Filippi 3:9.

5.9 Wat wordt er bedoeld met ‘werken van de wet’ (Rom. 3:20)?
Werken van de wet zijn niet alleen werken die erop gericht zijn de wet van Mozes te onderhouden, maar werken die het houden van welke soort wet dan ook (letterlijk: werken van wet, d.w.z van enige soort wet) als doel hebben.

Het kerndoel van het houden van een religieuze wet is het winnen van Gods goedkeuring en die positie in stand houden. Kort gezegd is het de manier waarop de meeste mensen denken gered te kunnen worden; ‘als je een goed mens bent, kom je in de hemel’.

Helaas, niemand van ons is goed. Het volk Israël heeft in het geval van de wet van Mozes bewezen dat de mens niet in staat is zich aan de wet te houden, en dat geldt voor elke wet. Dit is een algemeen principe. Er zijn geen werken, niets wat een mens kan doen, die hem goed of rechtvaardig maken voor God.

5.10 Maar hoe kan iemand dan gerechtvaardigd worden voor God (Rom. 3:22-25)?
Voor zover het ons betreft, alleen ‘door geloof’. Voor zover het God betreft, alleen ‘door genade’. ‘Door geloof’ betekent dat wij Christus vertrouwen, dat Hij de prijs voor onze zonden betaald heeft en dat dat genoeg is. ‘Door genade’ betekent dat wij alleen kunnen aanvaarden wat God geeft; dat we zelf niets kunnen doen en niets kunnen toevoegen aan wat Hij heeft gedaan.

Maar we zijn ook door Christus’ bloed gerechtvaardigd. ‘Door bloed’ betekent dat de Heer Jezus moest sterven in onze plaats.

5.11 Wat wordt er bedoeld met ‘Hem heeft God gesteld tot een genadetroon door geloof in Zijn bloed’ (Rom. 3:25)?
Het Hebreeuwse woord voor ‘verzoening’ is letterlijk ‘dekken’ (zie vraag 2.7). In het Oude Testament werd het gebruikt voor het deksel, of ‘de bedekking’ van de ark van het verbond.13 Dit deksel was gemaakt van puur goud, wat sprak van de onberispelijke heerlijkheid van God. De stenen tafels met de wet, die een mens alleen maar schuldig konden verklaren, lagen in de ark. De cherubs (bewakers van de heiligheid van God, en uitvoerders van het goddelijk oordeel, Gen. 3:24) keken neer op het deksel van de ark (Ex. 25:20; 37:9) en moesten erkennen dat God rechtvaardig was als Hij de mens zou verwerpen. Maar als het deksel van de ark werd besprenkeld met bloed (Lev. 16:14-16; 33), het bloed van een onschuldig lam, vergoten voor een schuldig volk, kon God Zijn volk sparen.

Dit is een beeld van wat Christus heeft gedaan: Hij gaf Zijn leven, Zijn bloed werd vergoten, zodat God ons niet meer hoeft te oordelen. We zijn ‘gedekt’ en beschermd doordat Zijn Zoon Zijn leven gaf voor ons.

5.12 Hoe kan God een zondaar vergeven en tegelijkertijd rechtvaardig zijn?
Omdat Christus onze Plaatsvervanger werd, wat betekent dat Hij onze plaats heeft ingenomen en het oordeel voor onze zonden heeft gedragen.

Als u mijn schuld betaalt, wat kan een rechter dan doen? Niets! Iemand anders heeft namens mij betaald. Geen mens kon ooit zo’n geweldig middel voor rechtvaardiging en vergeving bedenken, en daarom is het Evangelie ook zo’n prachtige boodschap. God vergeeft (wat op zichzelf al geweldig is) maar ziet de zonden niet door de vingers. Hij vergeeft nadat Hij de zonden veroordeeld en uitgedelgd, uitgewassen heeft. Het probleem is opgelost, maar op een rechtvaardige manier.

5.13 En de heiligen uit het Oude Testament? Hoe werden zij gerechtvaardigd (Rom. 4)?
Op dezelfde manier als de gelovigen uit het Nieuwe Testament: door geloof. Abraham geloofde God, en het is hem tot gerechtigheid gerekend (Rom. 4:3). En God kon dit doen, op een rechtvaardige manier, omdat Hij vooruitkeek naar het op dat moment toekomstige offer van Christus (Rom. 3:25, 26).

5.14 Maar staat er niet in Jakobus dat Abraham gerechtvaardigd werd door zijn werken?
Dat is waar. Maar Jakobus heeft het hier niet over hoe wij door God gerechtvaardigd kunnen worden, maar over het feit dat onze daden moeten laten zien (aan de mensen) dat wij gerechtvaardigd zijn. Het enige bewijs dat ons geloof echt is, zijn de werken die wij doen nadat wij gered zijn (Jak. 2:21, 22).

Hoe konden de mensen zien dat Abraham rechtvaardig was? Alleen door zijn werken. Toen hij Izak ging offeren, liet hij het bewijs daarvan zien. Maar God wist dat al lang voordat Abraham geloofde, en Hij rekende hem dat tot gerechtigheid (Gen. 15:6).

5.15 Waarom werd Christus uit de dood opgewekt om onze rechtvaardiging (Rom. 4:25)?
Het werk van Christus was klaar toen Hij zei: ‘Het is volbracht’ en Hij ‘de geest gaf’ (Joh. 19:30) en stierf. Maar door Zijn opstanding liet God aan de mensen en de engelen zien dat Hij de dood van Zijn Zoon als voldoende aanvaarde; dat het werk van Christus volledig toereikend was.

God blijft rechtvaardig als Hij degenen die in de Heer Jezus geloven rechtvaardigt (Rom. 3:26), dat zijn dus degenen die hun vertrouwen stellen op Christus en Zijn werk aan het kruis. De opstanding bewijst dat het werk aan het kruis door God aanvaard werd, en dat bevestigt ons geloof.

5.16 Wat zijn de gevolgen van rechtvaardiging (Rom. 5:1)?
Wij hebben vrede met God. Er zijn geen onopgeloste kwesties meer tussen God en onszelf! Er is niets dat scheiding brengt. Het is geen belofte dat de gelovige vrede met God zal krijgen; hij heeft het al! Niets staat onze relatie met God in de weg.

Het is niet alleen zo dat God niet langer iets tegen ons heeft, maar wij staan ook bij Hem in de gunst (vers 2). God is goedgunstig naar ons toe; Hij is ‘voor ons’ (Rom. 8:31). Zijn gedachten en Zijn gevoelens naar ons toe zijn positief.

En er is nog veel meer: lees Romeinen 5:1-11 maar eens om de geweldige gevolgen van rechtvaardiging en vrede met God te zien.

5.17 Wat zijn de praktische gevolgen voor ons leven?
De volgende verzen (Rom. 5:3-11) laten ons zien dat verdrukking (beproevingen en ernstige moeilijkheden) die wij moeten doormaken in ons leven een middel tot zegen voor ons wordt, en het resultaat is een proces van groeien in volharding, ondervinding en hoop. De liefde van God is in onze harten uitgestort door de Heilige Geest. God heeft Zijn liefde voor ons laten zien toen Christus voor ons stierf, toen wij nog zondaren waren.
Samenvattend, als God alles al voor ons gedaan heeft en als Hij ons het maximaal mogelijke gegeven heeft toen wij nog zondaren waren, hoeveel te meer zal Hij, nu wij bij Hem in de gunst staan en met Hem verzoend zijn, ons redden in elke moeilijke situatie die wij in ons leven tegenkomen en ons redden van de toekomstige toorn! Wat een verzekering!