De Heer Jezus Christus - Zijn Persoon

Michael Hardt

1.1 Wie is Christus?
Deze vraag (Matth. 16:15) is de belangrijkste die je ooit onder ogen zult krijgen. Het Evangelie naar Johannes werd geschreven ‘opdat u gelooft dat Jezus de Christus is, de Zoon van God, en opdat u, gelovend, het leven hebt in Zijn Naam’ (Joh. 20:31). Hij werd Mens (hierover meer in vraag 1.9 tot 1.18) en heeft 33 jaar op deze aarde geleefd. Hij werd onschuldig verklaard door een Romeins gerechtshof, maar werd tóch gekruisigd. Na drie dagen stond Hij weer op en 40 dagen later steeg Hij op naar de hemel. Hij zal weer terugkomen, eerst om degenen die in Hem geloven op te halen, en daarna om de wereld te oordelen en Zijn koninkrijk te vestigen met macht.

1.2 Wat is Christus dan, Mens of God?
Beide. Hij is ‘de Mens Jezus Christus’ (1 Tim. 2:5) maar Hij is ook ‘de waarachtige God’ (1 Joh. 5:20), ‘God over alles, gezegend tot in eeuwigheid’ (Rom. 9:5).

1.3 Zijn er ook andere Bijbelse verwijzingen die laten zien dat Christus God is?
Ja, vele! De Bijbel laat er absoluut geen twijfel over bestaan dat Hij God is. Kijk maar eens naar het volgende:
Zijn bestaan voordat de wereld er was:

  • Hij was er toen (en vóór) de wereld werd gemaakt: (Gen. 1:1, 26 (‘ons’), Joh. 1:1, Hebr.1:2), en in de tijd van het Oude Testament als ‘de Engel van de Heer’2 (Richt. 6:11-22 enz.).

Zijn kenmerken:

  • Hij is eeuwig (Jes. 9:6; Mich. 5:2, Joh. 8:58 enz.)
  • Hij is onveranderlijk (Mal. 3:6; Ps. 102:25-27; Hebr.1:10-12)
  • Hij is alvermogend (= ‘Hij is almachtig’, Openb. 1:8; Fil. 3:21)
  • Hij is alwetend (= ‘Hij weet alles’, Joh. 2:25; 6:64; 21:17 enz.)
  • Hij is alomtegenwoordig (= ‘Hij is overal’, Ef. 1:23; Matth. 28:20 enz.)

Overig bewijs

  • Hij heeft alle dingen gemaakt (Joh. 1:3, 10; Kol. 1:16; Hebr. 1:2)
  • Hij bewaart en ondersteunt alle dingen (Hebr. 1:3; Kol. 1:17)
  • Hij heeft goddelijke macht laten zien door de vele wonderen die Hij deed en door anderen de macht te geven om wonderen te doen (Matth. 10:1), en door de wonderen die anderen hebben gedaan in Zijn Naam (bijv. Hand. 4:10)
  • Hij vergeeft zonden (Luk. 5:24; Kol. 3:13)
  • Hij heeft de macht om Zijn leven af te leggen en het weer op te nemen (Joh. 10:17-18; 19:30)
  • Hij is opgestaan na onder de doden te zijn geweest, en Hij zal de doden doen opstaan (Joh. 5:28-29; 11:25)
  • Hij geeft gelovigen beloningen (2 Kor. 5:10; 2 Tim. 4:8
  • Hij ontvangt en aanvaardt aanbidding (Joh. 5:22; Joh. 9:38; Luk. 24:52)
  • Hij zal de wereld oordelen (Joh. 5:22; Hand. 17; 31; Openb. 20:12)
  • De Jahweh van het Oude Testament en de Jezus van het Nieuwe Testament zijn één. Jahweh is ‘de Eerste en de Laatste’ (Jes. 41:4, 44:6, 48:12) en dat is de Heer Jezus ook (Op. 1:17, 2:8, 22:13). Johannes vereenzelvigt Christus met Jahweh (vergelijk Joh. 12:40, 41 en Jes. 6:1-5).

1.4 Maar hoe kan Hij God zijn en tegelijkertijd de Zoon van God?
Er zijn drie goddelijke Personen: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Elk van Hen is God, en God is één, al begrijpt ons beperkte verstand dat niet.

  • Wat betreft de Zoon, zie vraag 1.2 en 1.3
  • Wat betreft de Vader zijn er veel verwijzingen naar Hem als ‘God en Vader’ (bijv. Ef. 1:3)
  • De Geest is eeuwig (Hebr. 9:14), alomtegenwoordig (Ps. 139:7) en gelijkwaardig aan (‘op hetzelfde niveau als’) de Vader en de Zoon (zie Matth. 28:19; 2 Kor. 13:14).

En toch gaat het niet om verschillende goden; ‘er is één God’ (1 Tim. 2:5). Zie ook 1 Kor. 8:4; Gal. 3:20.

1.5 Wat bedoelen we met de ‘Drie-eenheid’?
In essentie bestaat, zoals we zojuist hebben gezegd (vraag 1.4) de Godheid uit drie Personen; toch is God Eén. We kunnen de Drie-eenheid niet met ons verstand bevatten. Dit is niet iets wat met menselijke intelligentie te beredeneren valt (God is oneindig boven de mens verheven) maar in het geloof aanbeden wordt. De term ‘Drie-eenheid’ staat niet in de Bijbel, maar de waarheid die ermee uitgedrukt wordt staat er duidelijk in!

1.6 Geloven Christenen in meer dan één God?
Nee. Deze aanklacht wordt soms uit onwetendheid geuit. Het Christendom is absoluut monotheïstisch, wat betekent dat het gebaseerd is op het geloof in één God (zie vraag 1.4).

1.7 Heeft de Godheid verschillende rangen?
Nee. Als men refereert aan de Vader, de Zoon en de Geest als ‘eerste’, ‘tweede’ en ‘derde’ Persoon van de Godheid, geeft men daarmee niet aan dat er enig verschil in rang zou zijn tussen Hen; het is gewoon een opsomming. Misschien is het beter om die opsomming niet te gebruiken, om misverstanden te voorkomen.

1.8 Is er een relatie tussen de Personen van de Godheid?
Ja. Christus is de Zoon van de Vader. Deze relatie heeft altijd bestaan door de eeuwen heen en ook in de voorbijgegane eeuwigheid, ononderbroken, zonder begin. Hij was de Zoon toen God Hem gegeven heeft (Joh. 3:16; Jes. 9:6), Hij was al de Zoon toen de wereld werd gemaakt (Hebr. 1:2), en de Vader had de Zoon al lief ver voor de wereld werd gemaakt (Joh. 17:24).

1.9 Waarom is het zo ernstig als iemand ontkent dat de Heer Jezus de Eeuwige Zoon is?
Als deze waarheid opgegeven wordt is alles verloren. Wat het Christendom zo bijzonder maakt is dat God een God van liefde is. Maar hoe leren wij de liefde van God kennen? Doordat Hij Zijn Zoon gegeven heeft, de enige Zoon die Hij had (zie Joh. 3:16 en 1 Joh. 4:9, 10, 14, en vergelijk die met Gen. 22:2 en Mark. 12:6). Als je ontkent dat Christus al de Zoon van God was voordat Hij geboren werd, zeg je eigenlijk dat God gewoon een bepaalde persoon gestuurd heeft en niet Zijn enige, veelgeliefde Zoon! Verder geldt ook dat God geopenbaard wordt in Zijn Zoon. De Zoon heeft de Vader bekend gemaakt. Als Hij niet de Zoon was voor Hij naar de aarde kwam, zouden we de Vader nog steeds niet als Vader kennen (Joh. 1:18 en 14:9-11).

1.10 Christus is tegelijkertijd Mens en God - kan ook maar iemand dit begrijpen?
Nee, dat kan niemand. God is veel te groot om begrepen te kunnen worden door het menselijk verstand. Maar we kunnen het geloven. ‘Het Woord was God’ (Joh. 1:1 - er wordt in Joh. 1 naar de Heer Jezus verwezen als ‘het Woord’) en ‘het Woord’ werd vlees (wat betekent: ‘werd mens’, Joh. 1:14). Zie ook Matth. 11:27: ‘Niemand kent de Zoon dan de Vader’.

1.11 Waarom is het zo belangrijk dat Christus zowel God als Mens was en is?
Ten eerste omdat Christus anders het reddingswerk niet had kunnen volbrengen. Hij moest Mens worden om te kunnen sterven. En Hij moest God zijn om het reddingswerk vanuit goddelijke macht te kunnen volbrengen: ‘nadat Hij door Zichzelf de reiniging van onze zonden tot stand heeft gebracht’ (Hebr. 1:3, zie ook Kol. 1:19).

Verder moest Hij zowel God als Mens zijn om een Middelaar te kunnen zijn tussen God en de mensen (1 Tim. 2:5). Een middelaar is iemand die zijn handen op de schouders van beide partijen kan leggen om hen samen te kunnen brengen (in figuurlijke zin, zie Job 9:33). Realiseer je dat elke vraag die met Christus te maken heeft belangrijk is. Als een leraar niet de ‘leer van Christus’ brengt, moet hij worden afgewezen (2 Joh. 9-11).

1.12 Wanneer werd Christus Mens?
Ongeveer 2000 jaar geleden, namelijk toen Hij werd geboren in Bethlehem (zie Mi. 5:2; Luk. 2:4-7). Dit is het moment in de tijd dat door God ‘de volheid van de tijd’ genoemd wordt (Gal. 4:4). De mens was op alle mogelijke manieren getest en had compleet gefaald. Op dat moment stuurde God Zijn Zoon en sprak in Hem: door (of ‘in’) de Persoon van de Zoon (Hebr. 1:1,2).

1.13 Toen Hij Mens werd, was Hij toen geen God meer?
Jawel. Hij was en bleef God, en zal dat altijd zijn. Dit hoef je niet te bewijzen. God is eeuwig en kan niet ophouden God te zijn (Kol. 1:19, 2:9).

1.14 Zal Christus ooit ophouden Mens te zijn?
Nee, Hij werd opgewekt uit de doden (1 Kor. 15) en is naar de hemel gegaan, waar Hij nu is als de verheerlijkte Mens. Dit is belangrijk omdat Hij nu onze Hogepriester is (zie vraag 3.1); Iemand die Zelf Mens was en is, en weet hoe het is om beproefd en verzocht te worden in deze wereld, behalve dan dat Hij geen zondige natuur had en heeft. Hij kan met ons meeleven en voor ons bidden in ons leven hier. Als Hij verschijnt met macht (zie vraag 4.14 en 4.15), zal Hij nog steeds de ‘Zoon des mensen’ zijn (Matth. 24:30; 26:64).

1.15 Had Hij een menselijke geest, een menselijke ziel en een menselijk lichaam?
Ja. Hij was echt Mens; een mens bestaat uit geest, ziel en lichaam (1 Thess. 5:23).

  • Wat betreft Zijn geest staat er: ‘Hij werd heftig in de geest bewogen en ontroerd’ (Joh. 11:33). Hier gaat het zeker niet over de Heilige Geest, maar over de menselijke geest van de Heer.
  • Wat betreft Zijn ziel staat er: ‘Nu is Mijn ziel ontroerd’ (Joh. 12:27).
  • Wat betreft Zijn lichaam staat er in de Bijbel: ‘U hebt Mij een lichaam toebereid’ (Hebr. 10:5). Er staat ook dat heel de volheid van de Godheid lichamelijk in Hem woont (Kol. 2:9). Verder zijn er nog verwijzingen in de Evangeliën naar dingen die Hij alleen meegemaakt kan hebben met een normaal menselijk lichaam, bijvoorbeeld Joh. 4:6.

Wat is het mooi om te zien dat de volmaakte mensheid van de Heere in zulke duidelijke bewoordingen wordt uitgedrukt. Let wel: de volmaakte mensheid. Het is niet goed of Bijbels als we spreken over de ‘menselijkheid’ van de Heer Jezus, wat vaak gedaan wordt; Hij was niet menselijk, maar Hij was waarachtig én volmaakt Mens, zonder zonde.

1.16 Was Hij een Mens zoals wij?
Ja (Hebr. 2:14) – maar wel met één duidelijke beperking: behalve wat betreft de zonde. Want elke afstammeling van Adam (en daaronder valt elke man en vrouw die nu leeft, en elk kind) heeft een zondige natuur (Rom. 5) maar de Heer Jezus had geen zondige natuur. Hij is ‘in alle dingen verzocht is als wij, met uitzondering van de zonde’ (Hebr. 4:15). Merk op dat:

  • Christus geen zondige dingen deed: ‘... Die geen zonde gedaan heeft’ (1 Petr. 2:22)
  • Hij geen zonde kende (‘Die geen zonde gekend heeft’ 2 Kor. 5:21), en
  • Er geen zonde in Hem was (d.w.z. geen zondige natuur) en dat Hij daarom niet kon zondigen (1 Joh. 3:5 - zie ook 1 Joh. 3:9).

1.17 Als Christus niet kon zondigen, hoe kon Hij dan verzocht worden?
De Evangeliën laten zien dat Christus verzocht werd door de duivel (satan, Mark. 1:13), wat betekent dat hij verleidingen op Hem af stuurde, maar er was niets in Hem dat daarop in kon gaan. Hierin verschillen wij allemaal van Hem: wij hebben allemaal de neiging om op de verleidingen van satan in te gaan - de begeerte van de ogen, de begeerte van het vlees, en de hoogmoed van het leven (1 Joh. 2:16) - omdat wij het vlees, de zondige natuur in ons hebben, maar Christus had dat niet. Hij werd verzocht, niet om te testen of Hij zou zondigen, maar om te laten zien dat Hij dat niet zou doen.